Het verhaal van Fria, een godin van eigen bodem

Zo tegen de vierde eeuw voor Christus was er een ontwikkeling die ervoor heeft gezorgd dat we nog steeds een herinnering hebben aan de godin Fria. Wat gebeurde er namelijk, de dagen van de week, die tot dan toe Latijnse namen van Romeinse goden droegen, werden vertaald naar de Germaanse goden die gelijk er aan waren. Het Latijnse dies veneris, ‘dag van Venus,’ werd vertaald met *frijaz-dagaz: ‘dag van Fria.’
In Nederland is dat uiteindelijk geworden het bekende “vrijdag¨. Helaas in Nederland is dit de enige aanwijzing die we hebben dat er ooit een Nederlandse godin Fria was die verafgood werd. We kunnen er redelijk van uitgaan dat haar verering doorging tot in de vroege middeleeuwen. Toch kunnen we via een onweg, alsin door te kijken naar de landen om ons heen, wel heel veel leren over deze godin. Via deze weg kunnen we een algemeen plaatje scheppen van wie Fria was en wat haar rol was.

Het Oudnoorse Frigg is, samen met het Oudhoogduitse Frija en het Oudengelse Frige, afkomstig van de Proto-Germaanse naamwortel *Frijjo.a Die is weer afkomstig van het woord *frijja-, ‘geliefd.’ Dat maakt de naam van de godin verwant met de Nederlandse woorden vrijen, vrij en vriend. Die interpretatie van haar naam strookt mooi met het feit dat ze werd geïdentificeerd met de Romeinse Venus, de godin van de liefde. Maar Fria was meer dan alleen een liefdesgodin. De godin die we tegenkomen in de bronnen voor de Germaanse mythologie had een breed scala aan functies.
Fria was namelijk ook een patrones van het huwelijk en werd regelmatig geschetst als liefdevolle echtgenote van Wuodan. Ze wordt gezien als moedergodin die achter de rug van haar man om ging om haar pleegzoon te helpen en bewoog hemel en aarde om haar eigen zoon van de dood te redden. Ze lijkt vooral door vrouwen te zijn aanbeden, omdat de verwachting is dat ze vrouwen hielp om zwanger te worden en ook hielp aan het kraambed.

Er is ook een associatie met magie waar het haar aangaat. De aanwijzingen zijn niet heel talrijk aanwezig, maar duiden er op dat ze een kreupel paard heeft genezen, een voorspellende gave had en ze de macht had om gevaarlijke dingen onschadelijk te maken. Wat dat precies inhoudt is echter onduidelijk. Het kan goed zijn dat dit manieren waren voor Fria om de mensen te beschermen die zich tot haar wendden, of was ze net als Wuodan een patrones van de magie.
Tussen de zesde en de achtste eeuw werden in de Lage Landen de heidense goden uitgebannen. Officieel, althans. Er zijn aanwijzingen dat Fria de komst van het christendom overleefde.
Fria wordt namelijk vaak in verband gebracht met de folklore-figuur Holda, die in de middeleeuwen opduikt. In Nederland veel bekender als vrouw Holle, een naam die de gebroeders Grimm aan haar hebben gegeven. Zijn het geloof en de gebruiken rond Holda een voortzetting van de tradities van Fria? We kunnen niet zeggen dat Holda en Fria één op één gelijk waren, daarvoor zijn de verschillen in context te groot.
Wat we wel kunnen zeggen is dit: ongeacht haar oorsprong is Holda het levende bewijs dat het idee van een machtige bovennatuurlijke vrouw niet zomaar uit te roeien was. Gezien Fria’s vele functies en facetten – echtgenote, moeder en tovenares, patrones van vrouwen en kinderen, hoedster van liefde en huwelijk – mogen we daar niet verrast over zijn…
Bron: Goden van eigen bodem