Het verhaal van Koning Hulst en Koning Eik

In de oude Keltische tijd, waren er maar twee seizoenen, te weten de zomer en de winter. Ook wel bekend als de donkere tijd en de lichte tijd. Hoe, wanneer en waar deze overgang van donker naar licht werd bepaald, zal ik je vertellen.
In een land hier ver vandaan, leven twee koningen in hetzelfde koninkrijk, ze zijn broers.
De Hulstkoning woont in het Noorden, vol kou, altijd sneeuw en het is er donker. Vanwege deze donkerte leert de Hulstkoning zijn volk om rust te nemen en zuinig te zijn met wat ze hebben. Voedsel, houtblokken, alles dat het leven aangenamer maakt. Hij leert zijn volk om na te denken over het leven, om bij zichzelf naar binnen te gaan en te voelen wat ze echt nodig hebben. Koning Hulst leert zijn volk omgaan met de moeilijkheden van zo’n koud gebied. Zij leven in rust en eenvoud, zij verzamelen voedsel en hebben de kennis om deze lang te bewaren. Ze kunnen goed mogelijk omgaan met de natuurlijke bronnen.

Zijn broer de Eikkoning, leeft in het Zuiden van het land, waar het veel warmer is en de zon volop schijnt. Koning Eik vindt het belangrijk dat zijn volk kan genieten van het leven en dat zij feest vieren. Zijn volk neemt wat ze willen en zij denken er niet over na. Vruchtbaarheid is voor hem erg belangrijk, daarom ziet hij graag jong leven dansend om hem heen.
Maar Koning Eik is niet blij, want het is, net zoals in het noorden bij zijn broer Hulst, winter geworden. Het wordt kouder en donkerder en het volk in het zuiden is ongelukkig. Ze weten niet goed hoe ze zich warm kunnen houden en waar ze eten vandaan moeten halen. En koning Eik kan het ze niet leren.
Alleen in het Noorden hebben ze kennis van overleven in deze omstandigheden. Daarom besluit Koning Eik dat het tijd is om een bezoek te brengen aan zijn broer. Het is 21 december.

Koning Eik loopt op Koning Hulst af en zegt: “Mijn beste broeder, mijn volk is niet gelukkig en wij willen het licht en de zon terug in ons land. Help ons de zon terug te brengen.”
Koning Hulst lacht hem uit, en zegt: “Je volk moet eerst maar eens leren zuinig te zijn met wat ze hebben, en een tijd van bezinning in acht nemen waarin ze nieuwe plannen kunnen maken”, “zonder plannen kom je nergens.”
Maar Koning Eik weet dat daar nu geen tijd meer voor is en onderneemt actie. Hij zegt: “Beste broer, als ik moet vechten voor de terugkeer van het licht, zal ik dat doen”.
Hij staat op en loopt op Koning Hulst af. Koning Hulst staat op en vliegt zijn broer aan. Koning Eik is zwakker dan zijn broer maar houdt vol, denkend aan het volk dat hem nodig heeft. Die gedachte geeft hem kracht. In zijn gedachte brandt de zon en in één slag verslaat hij de Hulstkoning, die nu gewond op de grond ligt. Koning Eik beveelt hem de zon terug te geven. En dat doet koning Hulst. Koning Eik zegt: “Mijn beste broeder, als je de donkere dagen terug wilt, kom dan op 21 juni naar het zuiden des lands, waar je krachten weer met de mijne worden gemeten.”
En zo geschiedt het dat de broers Koning Hulst en Koning Eik elkaar op de zomer en de winter zonnewende tegenkomen en hun deel van het seizoen opeisen. Maar gelukkig, wijzer geworden door samen te werken, besluiten zij om ook hun kennis te delen voor hun volkeren, voor het hele land is er in de lichtmaanden feest, overvloed, genezing en vruchtbaarheid. In de donkere maanden is er tijd voor rust, bezinning en voor het maken van nieuwe plannen. Iedereen is gelukkig, omdat beide volken nu de kennis hebben van licht en donker…
