11 mins read

Goden van de Lage Landen

Image

Het is onder andere te danken aan de Romeinen dat wij nog kennis hebben over onze inheemse goden en godinnen. De Romeinen maakten gebruik van steen voor hun altaren.

Steen blijft bestaan ook al is het blootgesteld aan weer en wind, ligt het begraven in de aarde of is het verzonken in zee en rivieren. De Lage Landen waren waarschijnlijk een gebied waar zowel Kelten als Germanen woonden en soms is het onduidelijk of een god of godin Keltisch of Germaans is. Sommigen zullen toch ook al vereerd zijn door de mensen die deze streken bewoonden voordat de Kelten en Germanen zich hier vestigden…

Hier een opsomming van de ude inheemse goden en godinnen wiens namen hun weg terug hebben gevonden ons leven in:

Image

Baduhenna

In het Germaanse heidendom is Baduhenna een godin. Baduhenna wordt uitsluitend genoemd in Tacitus’ Annalen, waarin Tacitus vermeldt dat een heilig bos in het oude Frisië (Friesland) aan haar was gewijd en dat in de buurt van dit bos in het jaar 28 n.Chr. 900 Romeinse soldaten door de Frisii werden gedood. Wetenschappers hebben de naam van de godin geanalyseerd en de figuur in verband gebracht met de Germaanse Matres en Matronae.

Het eerste gedeelte van de naam van deze godin kan verwant zijn aan *badwa- ‘strijd’, wat zou kunnen wijzen in de richting van een oorlogsgodin.

Image

Burorina
In 1756 werd in de gevel van een huis in het Zeeuwse Domburg een votiefsteen ontdekt. De inscriptie op de votiefsteen las “DEAE BURORIN(A)E QUO[D] VOTUM [F]ECIT LAE[T]US PRO S[E] ET SUIS.” In het Nederlands: “Aan de godin Burorina, omdat [iemand] blij een belofte heeft gemaakt, voor hem en de zijnen.”

In de nabijheid van Domburg zijn altaren gewijd aan Burorina en Hercules Magusanus gevonden. Altaren die mogelijk zijn opgericht uit dankbaarheid voor een behouden terugkomst op Walcheren. Het is onzeker of Burorina een Keltische of een Germaanse naam is. Vanuit Germaans oogpunt kan de naam misschien terug te voeren zijn naar het angel-saksische byrele dat ‘gever’ betekent.

Image

Haeva

De votiefsteen met haar naam werd gemaakt in de tweede of derde eeuw van onze jaartelling. In de eeuwen daarna, toen de Romeinen zich terugtrokken uit de Lage Landen, moet de steen ergens in de bodem begraven zijn geweest. Hij werd toen opnieuw gevonden, waarschijnlijk op een plek in de (Over-)Betuwe. Sindsdien is hij kwijt. Toch weten we wat er op deze votiefsteen stond. De steen werd in 1659 nagetekend in een boek over oudheden: de steen, en de inscriptie erop. Die inscriptie luidt: “Aan Hercules Magusanus en Haeva hebben Ulpius Lupio en Ulpia Ammava, voor hun kinderen, hun belofte ingelost, gaarne en met reden.”

We weten dat de godin Haeva werd vereerd in een tempel bij Wijk bij Duurstede. Het feit dat haar naam met die van Herculi Magusano voorkomt in een inschrift (vierde eeuw n.o.j.) doet archeologe en geschiedkundige Judith Schuyf zich afvragen of zij wellicht de echtgenote van Magusanus is. Er zou een verwantschap kunnen bestaan tussen de naam en het proto-germaanse *hwan (‘trouwen’). Mogelijk is Haeva dus een godin van het huwelijk.

Image

Hludana
Er zijn meerdere inschriften van Hludana bekend. Een daarvan is een steen gevonden in een grote terp in Beetgum, Friesland: Deae Hludanae conductores piscatus mancipe Q(uinto) Valerio Secundo v(otum) s(olverunt) l(ibentus) m(erito) ‘Aan de godin Hludana hebben de pachters der visserij hun gelofte ingelost, gaarne en met reden, door toedoen van Quintus Valerius Secundus, hoofd der pachters’. Mogelijk is Hludana een godin van de visserij en zee, maar de overige inscripties geven hier geen reden toe.

Germanist Jan de Vries ziet een duidelijke overeenkomst tussen de namen Hlodyn en Hludana. We kennen Hlodyn uit de Völuspá (Lied Edda) en daarin wordt zij de moeder van Donar genoemd. Hierdoor komt De Vries tot de vraagstelling of Hludana een friese aardemoedergodin is.

Hurstgra

In 1950 werd bij het Gelderse gehucht Bergakker, vlakbij Tiel en de rivier de Linge, een bijzondere vondst gedaan: een Romeinse votiefsteen, met daarop een inscriptie aan een godin die verder onbekend was. De godin heette Hurstgra, en de votiefsteen werd gemaakt door een gemeenteraadslid van het Romeinse Nijmegen. Een man van enig aanzien dus, die hier, een eind van zijn woonplaats, zich richtte tot deze godin.

De naam Hurstrga is afkomstig van het Proto-Germaanse *hurst-, ‘hoogte’ of ‘struikgewas.’ Hurstrga is daarmee iets als de ‘godin van de beboste heuvel.’ Dat is interessant, omdat bosjes en heuvels vaak heilige plaatsen waren voor de Germanen. Op de plaats waar de votiefsteen voor Hurstrga werd gevonden, werden ook de resten van een Romeins bouwwerk gevonden. De vondsten van dierenbeenderen, aardewerkscherven en offergaven van brons en zilver suggereren dat het wel eens een tempel geweest kan zijn.

Image

Irmin
Een god van wie de naam is blijven voortleven in de naam van een dorp: Ermelo (‘bos van Irmin’). Bij goden wordt niet zo snel over aardegoden gesproken dit in tegenstelling tot de godinnen. Het is mijn ervaring met deze god dat ik hem als een aardegod zie. Irmin hoort bij deze streken en deze streken zijn verbonden met hem. De Irminsûl is zijn zinnebeeld. Het is een (beeld)zuil van kracht en evenwicht.

Isenbucæga
Op een altaarsteen waarvan het oppervlakte beschadigd is, heeft men de naam [Ise]nbucaega kunnen ontcijferen. De vondst is in Zennewijnen in de Betuwe bij Tiel is aangetroffen.

De Matrones
In Nederland en daarbuiten (heel het West Germaanse gebied) bestaan votiefaltaarstenen gewijd aan de matrones. De Latijnse woorden matres ‘moeders’ en matronae ‘echtgenoten’ vertellen al iets over deze godinnen die meestal gedrieën afgebeeld worden. Meer dan honderd namen van deze godinnen zijn overgeleverd. Van hen wordt wel aangenomen dat zij stammoeders zijn en dat zij als vruchtbaarheidsgodinnen beschouwd werden.7 Sommige namen verwijzen naar stammen, plaatsen of rivieren: Matribus Geramanis ‘mijn germaanse moeders’, Matribus Frisiavis paternis ‘de friese moeders van vaderszijde’ en Vacallinehae (mogelijk de rivier de Waal).8 Hoewel de namen alleen bekend zijn van latijnse votief-altaarstenen zijn het toch vaak duidelijk keltische of germaanse namen.
In de christelijke Middeleeuwen worden drietallen van vrouwelijke heiligen vereerd, de zogenoemde driemaagdenverering. Dit is hoogst waarschijnlijk terug te voeren op de inheemse heidense matrone-verering. Uit het Rijnland kennen we Einbede, Warbede en Wilbede waarvan het onzeker is of het germaanse of keltische namen zijn.

Mars halamardus
Mogelijk uit de eerste eeuw na onze jaartelling stamt het votiefinschrift: : Marti Halmarvo sacrum . . . Het is nog onduidelijk wat de naam Mars Halamardus betekent.

Mars thingsus
Deo Marti Thingso Et Duabus Alaisiagis Bede Et Fimmelene staat te lezen op een steen die door friese soldaten is opgericht voor Mars Thingsus bij de muur van Hadrianus in Engeland. Mogelijk vind de naam Thingsus zijn oorsprong vinden in het proto-germaanse *þingsaz en is er een verwantschap met het longobardische thinx ‘wettige raad’ en het oudnoordse þing ‘bijeenkomst’. Dit zou kunnen duiden op een god van het ding.

Image

Nehelennia
Nehelennia heeft een eeuw of wat geleden alweer van zich doen spreken en de gemoederen bezig gehouden. In het jaar 1647 werden na een stormvloed bij Domburg op het strand brokken steen zichtbaar. Dit bleken altaar stenen uit de romeinse tijd te zijn. Zo’n driehonderd jaar later in 1970 en 1971 wist ze op gelijke wijze de aandacht op zich te vestigen: het water bij Colijnsplaat gaf toen aan haar gewijde heiligdommen prijs. Het waren kooplieden die voor hun afvaart naar Brittania (Engeland) haar tempel bezochten om haar gunstig te stemmen. Ze zegden haar toe een votiefaltaarsteen voor haar te laten maken als dank voor een veilige overtocht en een veilig thuiskomen.

Over de etymologische betekenis van de naam van deze godin is nog geen overeenstemming bereikt. Gaat men er vanuit dat zij een germaanse godin is dan zou een betekenis gevonden kunnen worden in de germaanse taalelementen *nehwa-lennio- welke samen de betekenis hebben van ‘behulpzaam’, ‘dichtbij tredend’, ‘beschermend’, ‘behulpzaam naderend’.

Voor mij is Nehelennia een godin die altijd al bij de Lage Landen gehoord heeft en die hier al was lang voordat de Kelten en Germanen deze kant op trokken. Door het land en de zee kunnen we deze godin leren kennen. Het samenspel van aarde en water dat zo ongeveer overal in ons land te vinden is.

Rura
Baggerwerkzaamheden bij Roermond in 1963 bracht een altaar gewijd aan de godin Rura alsmede bouwfragmenten van een tempel uit de Maas naar boven.

Image

Sandraudiga
Verschillende wetenschappers hebben zo hun gedachten over de godin Sandraudiga. Archeoloog Johan Hendriks ziet in haar een ‘stamgod’. Simek onderzoekt of het mogelijk is haar naam terug te voeren op het oudnoordse sannr ‘waarheid’ en het gotische audrags ‘rijk’. Byvanck stelt zichzelf de vraag of haar naam voortleefde in de middeleeuwse plaatsnaam Mahusenham (Muyswinkel) bij Duurstede.
De naam van deze godin staat op een votiefaltaar dat in 1812 bij Rijsbergen gevonden is. Er zijn onderzoekers die denken dat zij een inheemse godin van de kempische stam der Texuandri was.

Image

Tamfana
Ook de naam Tamfana of Tanfana is overgeleverd door Tacitus. De schrijver vertelt over ene Germanicus die de beroemde tempel of het heilige bos van Tamfana met de grond gelijk heeft gemaakt gedurende een aanval in de herfst van het jaar 4 na het begin van onze jaartelling. Het moet een verrassingsaanval geweest zijn, omdat de bevolking bijeen was voor een feest gewijd aan de godin. Volgens Jan de Vries is Tamfana mogelijk een godin van vruchtbaarheid voor akkers en velden.

Vagdavercustis
Op ver uit elkaar gelegen plaatsen, van Engeland, de Beneden Rijn tot aan Hongarije zijn altaarstenen gewijd aan de godin Vagdavercustis gevonden. Een aantal van de vondsten stammen uit de eerste helft van de derde eeuw. In 1842 ontdekte men bij Hemmen in de Betuwe een bronzen voetstuk van een beeldje met de inschrift Deae Vagdavercusti. Mogelijk is zij een godin van de strijd. Delen van haar naam zouden daarop kunnen duiden.

Image

Vihansa en Veradecdis
Tungrische burgers en schippers vereerden de godin Veradecdis (of Virodacthis). Dit weten we door een vondst uit Vechten. Uit Tongeren kennen we een inscriptie met de namen Vihensa en Veradecdis.18 Het proto-germaanse *wihan waar de naam Vihansa aan verwant is, betekent ‘vechten’ wat deze godin tot een mogelijke godin van de strijd maakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *